Nieuwsbrief september: De toekomst van de chemische en farmaceutische industrie in België en Europa

Tot enkele jaren geleden behoorden de chemische en farmaceutische industrie tot de paradepaardjes van de Belgische economie. Het waren sterke, internationaal gerichte sectoren die hooggekwalificeerd personeel tewerkstelden en dankzij hun economische activiteit en fiscale bijdrage mee de algemene welvaart ondersteunden.
Vandaag ziet het beeld er heel anders uit.
Chemie
De transportgroep H. Essers, gespecialiseerd in de logistiek van chemische en farmaceutische producten, bevindt zich in een bevoorrechte positie om deze evolutie te observeren. De vaststellingen zijn weinig geruststellend.
De export van chemische producten, en vooral van chemische basisproducten, is sterk afgenomen. Tussen 2022 en 2025 daalde de productiecapaciteit van de Europese chemische industrie met 9%. Voor de basischemie ligt de daling nog hoger.
Daar zijn verschillende oorzaken voor. De hoge energieprijzen wegen zwaar op de concurrentiekracht van Europese producenten. Tegelijk worden Europese bedrijven geconfronteerd met goedkope producten uit China. Door de invoerrechten op de Amerikaanse markt komen bovendien steeds meer Chinese producten op de Europese markt terecht.
Ook in België zijn de gevolgen zichtbaar. Afgezien van grote investeringen die al vóór de crisis waren beslist — zoals de cracker van INEOS en de anilinefabriek van Covestro — zijn er nauwelijks nog
belangrijke nieuwe investeringen in de Belgische chemische industrie.
Tegelijkertijd is de invoer van chemische basisproducten uit China en het Midden-Oosten sterk
toegenomen.
Mijn observaties van de Belgische chemische industrie
Mijn eigen professionele loopbaan in de chemie, en meer bepaald in de specialiteitenchemie en de productie van speciale polyesters, bevestigt dit beeld.
In de loop van 25 jaar heb ik eerst concurrenten met verouderde technologie zien verdwijnen, zoals Rhône-Poulenc. Vervolgens zag ik belangrijke klanten uit de textielindustrie verdwijnen nadat China toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de douanerechten op Chinese producten werden
afgeschaft.
Vandaag zien we een nieuwe fase in deze ontwikkeling.
Met grote bezorgdheid heb ik recent vastgesteld dat een Europese onderneming die actief was in speciale
polyesters — een concurrent, of zoals men in het Duits zegt : Wettbewerber of Mitbewerber — heeft beslist haar activiteiten in deze sector stop te zetten. Het gevolg: het verlies van 300 banen en van 150 miljoen euro omzet, omdat de activiteiten door de concurrentie uit China niet langer voldoende rendabel waren.
En dit is geen geïsoleerd voorbeeld. Ook in België zien we verontrustende ontwikkelingen, met onder meer de gerechtelijke reorganisatie van Vynova, het faillissement van Domo Chemicals en de sluiting van PB Leiner.
De vraag dringt zich dan ook op: hoe kunnen we redden wat er nog overblijft?
Wat moet er gebeuren? Het advies van goed geïnformeerde waarnemers
Dat hangt voornamelijk af van de energieprijs. En daarvoor zijn de keuzemogelijkheden beperkt: naast aardgas is kernenergie de enige regelbare energiebron die op elk moment beschikbaar is. Zonne- en windenergie zijn respectievelijk afhankelijk van de zon en de wind. In de industrie zou aardgas bij voorkeur als chemische grondstof moeten worden gebruikt.
Het boek Breakneck van Dan Wang biedt interessante inzichten in fouten die Amerikaanse, maar ook
Europese industriële ondernemingen hebben gemaakt. Deze bedrijven worden niet langer geleid door “ingenieurs, geobsedeerd door kwaliteit en veiligheid”, maar door financiële managers die vaak afkomstig zijn uit Amerikaanse consultancybedrijven.
Elke sluiting van een fabriek betekent het verlies van productietalent en kennis. Helaas denken Amerikaanse — en Europese — economen niet dat er iets bijzonders aan is om van een productie-economie over te stappen naar een diensteneconomie.
In een recent artikel beschrijft Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis, de bewegingen van
China. China heeft eerst industrieën met een lage toegevoegde waarde vernietigd, maar richt zich momenteel op het hart van onze industrie, zoals ik zelf heb gezien in de sector van de speciale polyesters.
Farmacie
Ook de toekomst van de farmaceutische industrie in België, een van de motoren van onze economie, is niet verzekerd.
Het succes van de bedrijven die in België actief zijn, is onder meer gebaseerd op onze sterke capaciteiten op het gebied van klinische proeven, de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling, de samenwerking tussen ondernemingen, onderzoeksinstellingen en de gezondheidssector, evenals op een historische aanwezigheid van bedrijven zoals UCB, GSK en Johnson & Johnson en op investeringen van buitenlandse ondernemingen zoals Pfizer.
Maar deze troeven worden bedreigd. Andere landen hebben ons ingehaald op het vlak van klinische proeven. Ook de ondersteuningsmaatregelen voor onderzoek en ontwikkeling staan onder druk.
De toekomst van de chemische - en de farmaceutische sector in Europa
Het is noodzakelijk dat de Europese Unie niet verwordt tot een bleke kopie van de Franse
bureaucratie, en geen machine wordt die wordt bestuurd door mensen die vijandig staan
tegenover de industrie en door personen die nooit in de privésector hebben gewerkt en die er vooral goed in zijn om innovatieve ontwikkelingen tegen te houden of te vertragen, zoals bijvoorbeeld de nieuwe cracker van INEOS.
Wat te doen voor de toekomst?
Ik heb mijn professionele loopbaan eerst in de farmaceutische sector en vervolgens in de speciali-
teitenchemie doorgebracht. Daaruit onthoud ik het volgende.
In de farmaceutische industrie is onderzoek van essentieel belang. Wanneer men zelf geen producten heeft ontwikkeld, is het noodzakelijk om producten die elders in ontwikkeling zijn aan te kopen en daarbij de juiste keuzes te maken.
In de chemie was het in de jaren 1970-1990 essentieel om niet alleen op Europees niveau, maar ook wereldwijd te internationaliseren, met uitwisseling van technologieën. Vandaag blijft innovatie belangrijk, maar vooral ook de bescherming van onze markt tegen oneerlijke concurrentie.
Aan degenen die in een wereld zonder chemische innovatie willen leven, wens ik, zoals Christian Faitz (Kepler Cheuvreux) schrijft, dat zij leren leven zoals de Neanderthaler.
Ondanks de huidige donkere wolken wens ik onze collega’s die in de chemische en farmaceutische industrie werken veel succes. De NCK blijft hen verdedigen, evenals de industrieën waarin zij actief zijn.
Pierre Ykman : Permanent secretaris NCK-CNC chemie en farmacie



































Opmerkingen