Zowel voor de OR als voor het CPBW kunnen er verschillende kieslijsten zijn : er kan een kieslijst zijn voor jongeren, voor arbeiders, voor bedienden en (alleen voor de OR, niet voor het CPBW) voor kaderleden. Wanneer er een aparte kieslijst is, betekent dit dat een aantal mandaten in het CPBW en in de OR specifiek worden voorbehouden voor deze groep. Dit aantal wordt berekend gebaseerd op het aantal personeelsleden in elke groep.
Bedoeling is dat elke groep zeker vertegenwoordigd wordt in het betreffende orgaan.
Zodra er minstens één arbeider of één bediende is moet er een kieslijst voor arbeiders resp. bedienden zijn. Bij jongeren en kaderleden wordt echter een minimumquorum opgelegd:
- Er moeten minstens 25 jongeren (werknemers jonger dan 25 jaar op de dag van de verkiezingen) zijn opdat er een aparte kieslijst ‘jongeren’ zou ingevoerd worden
- Er moeten minstens 15 kaderleden zijn (dus met uitzondering van de leidinggevenden) opdat er een aparte kieslijst kaderleden zou ingevoerd worden.
Het aantal kaderleden, jongeren, arbeiders en bedienden wordt geteld op de dag van aanplakking van de kiesdatum (van 7/2/2012 tot 20/2/2012). Het betreft hier dus de situatie op een bepaalde dag en niet de gemiddelden zoals bij het bepalen of er al dan niet een OR nodig is.
Per mandaat zijn er twee verkozenen : een effectieve en een opvolger.
Wanneer men weet hoeveel werknemers er zijn in elk van de vier categorieën kan men berekenen hoeveel mandaten er zijn voor elke groep. Wanneer er voor een bepaalde groep een mandaat dient voorzien te worden, maar er zijn geen kandidaten voor deze groep, dan blijft dat mandaat oningevuld. Dus, stel dat er één mandaat is voor de kaderlijsten, maar niemand dient een kaderlijst in, dan wordt dit mandaat niet opgenomen.
Van belang is dat er reeds in de periode 9/12/2011 tot 22/12/2011 wordt vastgelegd wie er allemaal kaderlid kan zijn in het bedrijf (door het vastleggen van de functies van kaderleden).